Wie is aansprakelijk: de aannemer of de architect?

Uw woning vertoont gebreken. Maar wie is daarvoor aansprakelijk: de aannemer of de architect?

Bouwheer, architect en aannemer bekijken samen een bouwplan op de werf

Bij een bouwproject zijn vaak verschillende professionals betrokken. De aannemer voert de werken uit, terwijl de architect instaat voor het ontwerp en, binnen de grenzen van zijn opdracht, het toezicht op de uitvoering.

Wanneer er na de werken een probleem ontstaat, lijkt de vraag eenvoudig: moet u bij de aannemer zijn of bij de architect?

In de praktijk is het antwoord niet altijd zo eenvoudig. Een gebrek kan het gevolg zijn van een fout bij de uitvoering, een fout in het ontwerp of een gebrekkig toezicht. Soms zijn zelfs meerdere partijen aansprakelijk voor dezelfde schade.

Twee partijen, twee verschillende opdrachten

De aannemer en de architect hebben elk hun eigen contractuele opdracht en verantwoordelijkheid.

De aannemer staat in voor de uitvoering van de werken. Hij moet de werken uitvoeren overeenkomstig de plannen en het bestek, volgens de regels van de kunst en met de nodige zorgvuldigheid.

Daarbij is hij onder meer verantwoordelijk voor:

  • een correcte uitvoering van de werken;
  • het naleven van de plannen en het bestek;
  • de kwaliteit en correcte verwerking van de gebruikte materialen;
  • het signaleren van problemen die hij tijdens de uitvoering vaststelt of redelijkerwijze had moeten vaststellen.

De architect heeft een andere rol. Hij staat in de eerste plaats in voor het ontwerp en kan daarnaast worden belast met het toezicht op de uitvoering van de werken. De omvang van die toezichtstaak hangt af van zijn concrete opdracht, maar hij moet binnen die opdracht onder meer nagaan of de werken overeenkomstig de plannen en het bestek worden uitgevoerd.

De architect kan daardoor aansprakelijk zijn voor bijvoorbeeld:

  • fouten in het ontwerp;
  • gebreken in de plannen of het bestek;
  • een gebrekkig bouwkundig concept;
  • tekortkomingen in het toezicht op de uitvoering.

De aannemer en de architect zijn dus niet verantwoordelijk voor exact dezelfde zaken.

Wanneer zijn zowel de aannemer als de architect aansprakelijk?

Bij een bouwgeschil is het onderscheid tussen een uitvoeringsfout en een ontwerpfout niet altijd eenvoudig te maken.

Stel bijvoorbeeld dat er ernstige vochtproblemen ontstaan omdat een bepaalde aansluiting in het ontwerp onvoldoende werd uitgewerkt én de aannemer de gebrekkige uitvoering tijdens de werken niet heeft gecorrigeerd.

In zo'n situatie kunnen zowel de architect als de aannemer een fout hebben begaan die heeft bijgedragen aan dezelfde schade.

Wanneer verschillende fouten samen één schade veroorzaken, kan er sprake zijn van een in-solidumveroordeling.

Dat betekent dat de bouwheer, afhankelijk van de omstandigheden en de juridische grondslag, iedere aansprakelijke partij voor het volledige bedrag van de schade kan aanspreken. De bouwheer hoeft zich dan niet noodzakelijk zelf bezig te houden met de verdeling van de schade tussen de verschillende aansprakelijke partijen.

De verdeling van de uiteindelijke aansprakelijkheid tussen de aannemer en de architect is vervolgens een andere vraag. Onderling kan worden bepaald welk aandeel ieder van hen in de schade moet dragen, rekening houdend met de ernst en de bijdrage van hun respectieve fouten.

Het is dus perfect mogelijk dat een bouwheer zowel de aannemer als de architect aanspreekt, terwijl de rechter uiteindelijk oordeelt dat de ene partij bijvoorbeeld een groter aandeel in de schade heeft veroorzaakt dan de andere.

De tienjarige aansprakelijkheid: een bijzondere regeling

Voor ernstige gebreken die de stabiliteit of soliditeit van het gebouw aantasten, geldt de bijzondere tienjarige aansprakelijkheid.

Deze aansprakelijkheid kan zowel de aannemer als de architect treffen, afhankelijk van de fout die aan de basis van het gebrek ligt.

De rechtspraak van het Hof van Cassatie heeft daarbij duidelijk gemaakt dat de aansprakelijkheid van de architect voor dergelijke ernstige gebreken niet zomaar contractueel kan worden uitgehold.

Zo oordeelde het Hof van Cassatie dat een clausule waardoor de architect bij samenlopende fouten met de aannemer enkel voor zijn eigen aandeel kan worden aangesproken, niet kan worden ingeroepen voor zover zijn tienjarige aansprakelijkheid in het gedrang is (Cass. 5 september 2014).

De tienjarige aansprakelijkheid raakt immers aan regels van openbare orde. Een architect kan zich tegenover de bouwheer dan ook niet eenvoudigweg contractueel onttrekken aan de aansprakelijkheid die de wet hem oplegt.

Voor de bouwheer betekent dit dat een contractuele clausule in de architectenovereenkomst niet zomaar betekent dat hij bij een ernstig stabiliteitsprobleem alleen de aannemer kan aanspreken.

Of de aannemer, de architect of beiden uiteindelijk aansprakelijk zijn, blijft afhankelijk van de concrete oorzaak van het gebrek en de fouten die iedere partij heeft begaan.

De aannemer heeft ook een waarschuwingsplicht

Een aannemer is niet zomaar verplicht om blindelings uit te voeren wat hem wordt opgedragen.

Wanneer hij tijdens de werken vaststelt dat er iets niet klopt — bijvoorbeeld met de plannen, de ondergrond, de gebruikte materialen of bepaalde instructies — moet hij de nodige waarschuwingen geven aan de bouwheer en, waar relevant, aan de architect.

Van een professionele aannemer mag immers worden verwacht dat hij problemen die binnen zijn vakkennis vallen, herkent en aankaart.

Stelt hij bijvoorbeeld vast dat een bepaalde constructie volgens de plannen niet correct kan worden uitgevoerd, maar voert hij de werken toch uit zonder iemand te waarschuwen, dan kan hij mee aansprakelijk zijn voor de schade die daaruit voortvloeit.

De aannemer kan zich dus niet in alle gevallen verschuilen achter het argument dat hij "slechts de plannen heeft uitgevoerd".

Ook de architect heeft een toezichtsplicht

Omgekeerd kan ook de architect zich niet zonder meer verschuilen achter het feit dat de aannemer verantwoordelijk is voor de uitvoering.

Wanneer toezicht op de uitvoering deel uitmaakt van zijn opdracht, moet de architect op redelijke wijze controleren of de werken overeenkomstig de plannen en het bestek worden uitgevoerd.

Dat betekent niet dat de architect permanent op de werf aanwezig moet zijn of iedere uitvoeringshandeling persoonlijk moet controleren.

Wel moet hij, binnen de grenzen van zijn opdracht, de nodige aandacht besteden aan gebreken die hij tijdens zijn toezicht redelijkerwijze had moeten vaststellen.

Wanneer een uitvoeringsfout duidelijk zichtbaar is en de architect die tijdens zijn toezicht had moeten opmerken, kan ook hij voor de daaruit voortvloeiende schade aansprakelijk worden gesteld.

Wie moet u dan aanspreken?

Wanneer u als bouwheer met een ernstig bouwprobleem wordt geconfronteerd, is het niet altijd verstandig om onmiddellijk zelf te beslissen wie "de schuldige" is.

Een technisch gebrek kan immers verschillende oorzaken hebben. Een scheur kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een fout in het ontwerp, een verkeerde uitvoering, een probleem met de ondergrond of een combinatie daarvan.

Daarom is het bij ernstige gebreken vaak aangewezen om eerst de oorzaak technisch te laten onderzoeken. Een deskundigenonderzoek kan duidelijk maken:

  • wat precies het gebrek is;
  • waardoor het is ontstaan;
  • wanneer het is ontstaan;
  • welke partijen een fout kunnen worden verweten;
  • welke herstellingen noodzakelijk zijn;
  • en wat de omvang van de schade is.

Op basis daarvan kan vervolgens worden bepaald tegen wie een vordering moet worden ingesteld.

Wat doet u best als u een probleem vaststelt?

Wacht niet tot het probleem vanzelf verdwijnt. Bouwproblemen worden helaas zelden beter door er niets mee te doen.

Documenteer daarom de toestand van de werken zo nauwkeurig mogelijk. Foto's, video's, werfverslagen, e-mails en technische rapporten kunnen later belangrijk bewijsmateriaal vormen.

Meld ernstige problemen bovendien schriftelijk aan zowel de aannemer als de architect wanneer beiden bij de betrokken werken zijn betrokken.

Bij een ernstig gebrek na de oplevering kan het aangewezen zijn om beide partijen juridisch te betrekken. Zo vermijdt u dat u achteraf vaststelt dat u een partij had moeten aanspreken die u aanvankelijk buiten het geschil had gehouden.

Laat vóór belangrijke herstellingen indien mogelijk ook eerst de toestand van het gebouw en de oorzaak van het probleem vaststellen. Een herstelling kan immers bewijstechnisch gevolgen hebben wanneer nadien discussie ontstaat over de oorspronkelijke toestand.

Tot slot

Bij een bouwgeschil is de vraag "aannemer of architect?" vaak te eenvoudig.

De aannemer is in de eerste plaats verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de werken. De architect staat in voor het ontwerp en, binnen de grenzen van zijn opdracht, voor het toezicht op de uitvoering. Wanneer de fouten van beide partijen bijdragen aan dezelfde schade, kunnen zij onder bepaalde voorwaarden allebei aansprakelijk worden gesteld.

Voor u als bouwheer is het daarom vooral belangrijk om niet te snel conclusies te trekken over de oorzaak van een gebrek. Een technisch onderzoek en een juridische analyse kunnen duidelijk maken wie waarvoor verantwoordelijk is en tegen wie u uw rechten moet laten gelden.

Heeft u te maken met een ernstig bouwgebrek of betwist de aannemer of architect zijn aansprakelijkheid? Ons kantoor adviseert bouwheren bij bouwgeschillen, aansprakelijkheidskwesties en discussies tussen aannemers, architecten en andere bouwprofessionals. Wij bekijken graag samen met u welke stappen in uw concrete situatie aangewezen zijn.

Neem contact op →

Deze tekst geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw concrete situatie.

← Terug naar nieuws

Een probleem met
uw bouwproject?

Wij bekijken graag samen met u welke stappen aangewezen zijn.

Contacteer ons →